2e Paaszondag

De eerste zondag na het grote paasgebeuren start met een verrassend gezang:  “Wees als pasgeboren kinderen”! Die zondag, Beloken Pasen geheten, droeg vroeger de naam:  witte zondag, in vertaling van de oorspronkelijke Latijnse benaming: Dominica in albis, naast ook: Samedi in albis: witte zaterdag, de dag waarop de nieuwgedoopten hun witte kleed dienden af te leggen. Het introitus van vandaag was speciaal voor hen bedoeld: Je werd gedoopt, blijf nu immer verlangen naar het hemels voedsel!

Introitus “Quasi modo” :  - wees als pasgeboren kinderen, begeert vurig de onvervalste melk –
Een eenvoudige tekst kreeg ook een eenvoudige melodie in de lage regio van de 6e modus waar dominant fa zo wat het roer in handen heeft. Syllabisch uit de diepte opstijgend klinkt de eerste zin. Alleen het woord “geniti”  - pas geboren - krijgt wat meer aandacht.  ‘infantes” duikt verrassend terug de kelder in, terwijl “alleluia” wat meer blij boven de fa uit mag klinken! Het volgende woord “rationabiles” vormt het hoogtepunt van de zang, met een mooie melodie die mogelijks wat inspiratie vond bij “adiutori”, een woord uit het psalmvers. Bij “sine dolo” wil de melodie schijnbaar wat op adem komen, dus beter niet te vlug doorgaan met “lac”. Van de 3 besluitende alleluia’s  gaat de 2e zijn eigen weg,  terwijl  1 en 3 gelijk zijn, daar de handschriften twee maal om beginnoot do vragen

Alleluia “ In die” :Het manuscript van Einsiedeln  vermeldt dit alleluia voor de donderdag van de paasweek! De tekst werd nogal vrij verwerkt, alsof hij door de verrezene zelf zou uitgesproken zijn, ter-
wijl het de engel bij het graf was, die het aan de vrouwen meedeelde!  Het woord alleluia eindigt met een dalende kwint: re-sol , waarmee het vers omgekeerd zal beginnen! De jubilus heeft een a-a’-b vorm.
Het vers is eigenaardig in 3 fragmenten opgebouwd: een eerste en laatste deel dat rustig beweegt bin-
nen de lage noten sol-re. Maar het tweede deel “praecedam vos” gaat plots een eigen hoge weg op van hoge re tot sol! Heel mooi en geestdriftig is het zeker, maar hierdoor is er twijfel ontstaan of het hier wel om een oorspronkelijke partituur gaat?! Het laatste woord “in Galilaeam” is de zuivere herhaling van het alleluia.

Alleluia ”Post dies octo”:  komt niet voor in de handschriften van St Gallen en Einsiedeln,  wat kan wijzen op een wat jonger ontstaan? De zang heeft een speciale constructie: na de zes noten van “Alle-“ begint met “-luia” het eerste jubilusmotief dat driemaal zal herhaald worden. De 2 eerste zinnen van het vers zijn op een soort psalmodische manier opgebouwd: - de inzet: “Post dies” +”stetit Iesus”. De midden-
cadens: “octo” + “in medio”. De slotcadens: “ianuis clausis” + “discipulorum suorum” . Telkens een zelfde melodie die slechts door aanpassing van de tekst kleine verschillen vertoont.  Het 3e vers: “et dixit: Pax vobis” is de zuivere herhaling van het alleluia met de jubilus.

Offertorium ”Angelus Domini” :  De melodie zou zeer vroeg bekend zijn voor de tekst: “posuisti” van het feest van St Gorgonius (9 sept) en later werd ze ook gebruikt voor het offertorium van het feest van Maria Hemelvaart. Het is een mooi, rijk-melodisch gezang dat bestaat uit 2 zinnen die breed-zangerig zijn uitgewerkt.  De 1e zin bezingt de vlucht van de engel van de Heer. “Domine” neemt al een mooie boog over de re. Bij “descendit” wordt neergedaald om te eindigen op tonica sol en hemelwaarts op te vliegen naar hoogtepunt mi bij “caelo”. Voor iets nieuwsgierigheid wekkend zorgt de pressus van “dixit” en “mulieribus” bereikt een nieuw stralend hoogtepunt. De 2e zin (wat de engel vertelt) heeft een rus -tiger verloop: “quaeritis” schijnt wel op een wat rondkijken te lijken en met een kwart- en 2 terts-
sprongen beeldt “surrexit” iets van het woord “verrijzenis” uit.  Het alleluia kan als 2delig bekeken worden: “alle-“ met mooi , wat verrassend afsluiten op de gepunte si, en een vervolg dat mooi op de hogere dubbele do terecht komt, om verder op tonica sol te eindigen.

Communio”Mitte manum”:Het verhaal van de ongelovige Thomas. In een lage 6e modus, met eenvou-
dige secunden is de Heer zelf hier aan het woord, de herder die een wat in het struikgewas verstrikt schaapje terug bij de kudde brengt.  Een zang die best zacht en eerbiedig gezongen wordt.
“Mitte manum tuam” wordt gezongen lijk het zou verteld worden. Het alleluia zorgt voor wat kleur en beweging. Ook de afsluitende alleluia’s met sibé zorgen voor een blij, vriendelijk geluid.