O.L.H.Hemelvaart

Introitus “ Viri Galilaei”: Zoals het een engel was die de geboorte van Christus aan de herders kwam melden, zo komt hier weer een engel de apostelen zeggen dat Hij teruggekeerd, opgestegen is naar de Vader in de hemel! 
Engelen blijken een voorliefde te hebben voor de 7e modus:  zie “Puer nates”+” Viri Galilaei”.
Waar “ Puer” met een vrolijke kwintsprong begint, vangt “ Viri ” aan met de beginintonatie van de 7epsalmtoon, en in “nobis”+”Galilaei” is de gelijke wending – do redo mire re – op te merken.
De eerste zin is een vraag van de engel aan de apostelen: - Wat staat gij naar de hemel te staren? –
Het wordt een vlot zingen in een half-syllabische stijl die uitzondering maakt voor de accenten van de  woorden:” Galilaei – admiramini – caelum” en met een eenvoudig alleluia eindigt.  In de 2e zin geeft de engel zelf het antwoord. Maar hier is iets fout!  Waar “quemadmodum” met la begint, vragen de handschriften duidelijk ecualiter =dezelfde noot als voorgaande! En die is de belangrijke tonica sol!
Hier dus zeker met sol inzetten, wat zo ook een herhaling wordt van de aanhef van de 1e zin.
In de hele zin wentelt de melodie zich vlot rond de noot do, om plechtig met een tristropha op “veniet” met sol te eindigen. Eindigen is hier een slecht woord, want pas nu brengt het eerste “alleluia” de zang naar hoogtepunt fa! Zo dienen “veniet”+”alleluia” hier vlot op elkaar te volgen.
Voor de inzet van het “alleluia” vermelden de handschriften – levare – (verhogen) : zo wordt hier terecht met la ingezet! Opmerkelijk ook hoe mooi de tekst van de psalm met de neumen overeen komt: “Omnes – plaudite – manibus -  iubilate – exsultationis”.

Alleluia ”Ascendit Deus”:Dit alleluia zongen we reeds op de 3e adventszondag en het zal nog terug-keren op Pinksteren, waar het vermoedelijk origineel blijkt te zijn. De tekst van het alleluia werd genomen uit psalm 46, die terecht de hemelvaartpsalm mag genoemd worden: ze werd gezongen wanneer de Israëlieten een zege hadden behaald en leger en koning onder bazuingeschal triom-
fantelijk terug keerden!  Zo is ons feestelijk alleluia te begrijpen: - Met gejubel is God opgevaren ten hemel en de Heer met bazuingeschal -. Merkwaardig is de gelijkenis met het feest van Maria hemelvaart. Waar hier alleluia en offertorium met “ascendit”  - opgestegen – beginnen, beginnen daar beide gezangen met ”assumpta est” – werd opgenomen - .
Alleluia en vers moet gewoon een blij feestelijk zingen zijn. Daar het geen originele zang is, hoef er niet echt naar tekstweergave gezocht te worden.  De 1e zin – God steeg op in gejubel – weerklinkt weinig jubelend met een dalende lijn van la naar re. Wel komt – de heer – “Dominus”  heel mooi terecht op een melodisch hoogtepunt.

Alleluia “Dominus in Sina”– Toen de Heer, op de Sinaï, zijn heiligdom opsteeg, heeft hij de gevangenen meegevoerd. -  Ook deze tekst verhaalt een behaalde zege en een triomfantelijke  terugkeer met gevangenen. Het gezang werd reeds gezongen op de 1e adventszondag.
“Dominus in Sina” begint zoals een recitatief, maar laat “in sancto” – het heiligdom op de berg – mooi versierd klinken. En waar daar in het vers, het belangrijkste woord “misericordiam” de mooiste melodische wending krijgt, vinden wij die hier terug met het belangrijkste woord “ascendens”.
De 2e zin bezingt het triomfantelijk meevoeren van gevangenen en als de lange melodieën van
“duxit” en “captivitaten” daar een weergave van zijn, dan mag van een goede vangst gesproken worden.

Offertorium “ Ascendit Deus” herneemt de tekst van het eerste Alleluia. Hier stijgt de melodie feestelijk naar omhoog met al de noten van de lage naar de hoge re, waarmee het hoogtepunt van de zang hier al bereikt is! – God is opgestegen in gejubel -  Dat gejubel is overduidelijk i n “iubilate” dat met de herhaalde do’s crescendo dient uitgevoerd te worden.      Mooi klinkt “Dominus” van de 2ezin, die de kwintsprong re la herhaalt en ook geniet van herhaalde hoge do’s, om wat verrassend
met een kwart op sol en fa terecht te komen.
Aan “in voce tubae”  - de stem van de bazuin – werd ook goed aandacht geschonken, “voce” – de stem –krijgt een soort stemoefening van hoog naar laag
en “tubae” eindigt als bazuingeschal met 2 maal de torculus fa sol fa. Het eerste alleluia”, dat verwant is met dat van Pasen, zet de melodie vlot verder met typische 1e modusmotieven.
De oude handschriften vermelden dit offertorium voor de zondag na Hemelvaart!  Wat nu in het graduale als “ad libitum” vermeld staat:  ook “ Viri Galilaei”, blijkt het oorspronkelijke offertorium te zijn geweest.  Veel gelijkenissen met die zang zijn te vinden in het offertorium “Stetit Angelus” (610)
van het feest van de H. Michael (29 sept)

Communio (B) “Signa eos”- Deze tekenen zullen hen, die in mij geloven, vergezellen: zij zullen duivels uitdrijven, zieken de handen opleggen en die zullen genezen zijn. – Dit blijken de laatste woorden te zijn, die de Heer zijn apostelen toesprak voor Hij ten hemel werd opgenomen, volgens het Marcus-evangelie van vandaag! “Signa eos” komt van het vroegere feest van de martelaren Cyriacus, Largus en Smaragdus (8 aug) en is een iets speciaal programmatisch gezang.  Waar de Heer zelf aan het woord is, wordt dit gewoonlijk eerbiedig in het lagere stemregister tot zingen gebracht.  “Signa eos” zet al hoger in, om bij “credunt” de hoge sol te bereiken, wellicht om – het geloven in mij – speciaal te benadrukken. Het nazinnetje “ haec sequentur” maakt een rustig dalende beweging. Om het iets duivels te maken krijgt “demonia” een kwartsprong en bij “eicient” schijnen de 3 maal herhaalde noten re-mi , re-mi, re-mi, de duivel te willen wegjagen!  “super aegros” krijgt de herhaling van het hoge motief van “me credunt” en na een verrassende kwintval op het woordje “et” wordt rustig afgedaald om met een paas-alleluia te besluiten.