Hoogfeest Kerstmis

 

Introïtus:”Puer natus est”.Na het mysterieuze introïtus van de nachtmis:”Dominus dixit”  en het frisse “Lux fulgebit” van de dageraadsmis, jubelt de dagmis het uit: “Puer natus est”! -Een kind is ons geboren! Een zoon is ons gegeven! - . Dit gebeurt in de blijde VIIe-modus, met de grootste kwintsprong: -sol-re-. Bij “natus” gaat het nog een toontje hoger en zijn we met de hoge -do-re-mi - in de blijde majeurwending terecht gekomen!  Het eerste zinnetje wordt blij in één adem door gezongen.
Met de herhaalde kwintsprong zet “ et filius” in, om met “nobis” de hele zin op tonica sol te eindigen.
De eerste zin is een uiting van grote vreugde.  De volgende zin, van grote bewondering voor dat kind, dat goddelijk Kind, dat de heerschappij op de schouders zal gelegd worden en Engel van de grote raad zal genoemd worden!  Bij “cuius imperium” – de heerschappij – wordt die bewondering prachtig
uitgezongen met de vlucht van de lage -sol- naar de hoge -fa-.  De blijde noten -do-re-mi - blijven aanhouden op “humerum , vocabimur “en “magni”, om rustig met “angeli” op tonica -sol- te eindigen.

Iets merkwaardig in dit gezang zijn de diverse tristrophas : op “est”, “humerum” en “vocabitur”.
Zijn het niet allen betekenisvolle woorden in de tekst, waar de zanger in zijn enthousiasme voor het feestelijk gebeuren wat te vlug zou kunnen overheen zingen, en juist deze woorden goed naar voor moet brengen? Na het verlangen van de advent is het vandaag gebeurd.. Op zijn schouders zal de macht gelegd worden, en zo zal Hij genoemd worden!

Graduale:”Viderunt omnes” Alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God gezien. Juich voor God, geheel de aarde. – Dit is een echt feestelijk gezang, waarbij het grote melodische lijnenspel
uitnodigt om blij gezongen te worden.  “Viderunt” zet in met het blijde majeurakkoord -fa la do- dat een herhaling zal vinden bij “omnis”. Overwegend op de noten -do en la-klinkt het vervolg, om hoog naar God op te kijken bij “Dei nostri”.  Wat kinderlijk eenvoudig klinkt het motief -do si do la-,
dat voorkomt in “(ter)rae”, “saluta(re)” en“no)stri”.In de 2e zin komt niet veel van jubelen terecht bij
“iubilate”.  Weer houden -do la- de zang rustig.  “omnis” herhaalt de inzet van “Viderunt” en “terra” eindigt wat speels met -fa la do- en een herstelde-si-. Het vers geraakt niet uitgezongen bij “Dominus”, een echt gejubel, dat bij “salutare suum” al weer  slechts met de noten -do la- tot rust wordt gebracht. De 2e zin kent een heel melodisch verloop: Het motief -do re do la- besluit de woorden “(conspec)tum” en “(genti)um”, die het hoogtepunt vormen. Wij vinden het ook in “re(velavit)”. Met mooie, lagere formules, eigen aan de modus, wordt de zang geëindigd.

Alleluia: “Dies sanctificatus”:- Het licht van een heilige dag is voor ons opgegaan, kom volkeren, en aanbidt de Heer; want heden daalde een groot licht neer op aarde. - Dit is een typisch gezang van de kersttijd. Het wordt ook gezongen op Epiphania, het doopsel van Christus en de feesten van Stefanus (634), Iohannes de doper (571) en de apostelen Petrus en Paulus (576), dat oorspronkelijk op
28 december gevierd werd!
Tekst en melodie zouden een Byzantijnse oorsprong kunnen hebben, daar menig oud handschrift onder de melodie een Latijnse of een Griekse tekst bezit. In een Vaticaans graduale zijn zelfs Latijn en Grieks samen onder de melodie te vinden!
Vandaag, het grote kerstfeest, zou je een feestelijk Alleluia verwachten, maar de 2e-modus drukt de stemming wat naar ernst.  Er blijft precies nog wat adventssfeer in naklinken!
Met de psalmaanhef begint het Alleluia, dat slechts een klein boogje maakt. Heel zangerig is de jubilus
die met veel kleine verbredingen dient te worden uitgevoerd. Het vers bestaat uit een drietal zinnen die dezelfde opbouw hebben: -het begin: “Dies” =”quia hodie”. Hierop volgt een recitatief: ”sanctificatus illuxit” = “descendit lux”, om met een rijke cadens te eindigen: “nobis” = “magna”.
De 2e zin, met het uitnodigende woord “”veni” zorgt voor contrast tussen beide andere.

Offertorium: “Tui sunt caeli”  Lijk de herders neergebogen het kindje aanschouwden, zo klink het
offertorium neergebogen (onderaan in de modus) bewonderend voor het goddelijk Kind.
- Van U is de hemel, en van U is de aarde – Met slechts 4 lage noten wordt “tui sunt caeli” in één adem
gezongen, om op “terra” de noot -la- erbij te hebben.  Vervolgens krijgt “orbem terrarum”- geheel de aarde-, door de kwartsprong: -re-sol-(la) - een mooie nadruk, om op “plenitudinem”  met de vier noten verder te gaan tot tu fundasti” - Gij hebt dat gemaakt! – Hier verschijnt de enige hogere noot: -fa-la-do- , om de bewondering uit te drukken.
Een iets andere sfeer klinkt in de laatste zin waar de woorden “iustitiae et iudicium” – gerechtigheid en recht – met de hogere noten gezongen worden. “praeparatio” gebruikt de 5 noten mooi op en neer –gaande, en ook “sedes” bereikt nog eens, langzaam opklimmend, dominant -la-.

Communio: “Viderunt omnes”   De tekst uit de psalmen is er nog een van grote bewondering:
-Alle grenzen der aarde hebben het heil van onze God gezien! –
Langzaam, verhalend wordt met “Viderunt omnes” ingezet, om plechtig, trapsgewijs het hoogtepunt
“terra” te bereiken, dat breed dient uitgezongen te worden: genieten van het panorama daar boven op“terra”!  Het volgende woord “salutare” krijgt ook een mooie versiering, en met een plechtig, trager uitzingen van “Dei nostri” wordt het een mooi geheel!