Heilige Drievuldigheid

Een votiefmis voor de heilige Drievuldigheid was reeds gekend in de jaren 800. Hiervan getuigt het handschrift van St Gallen. Pas in 1334 werd het een algemeen kerkelijk feest met nieuwe teksten en melodieën.

Introitus: “Benedicta sit”: - Geprezen zij de heilige Drievuldigheid en onverdeelde Eenheid: wij willen Haar loven en danken, want Zij heeft ons haar barmhartigheid getoond. - De melodie is een niet zo goed geslaagde aanpassing van het introitus “Invocavit”  van de 1e vastenzondag (71).
Men schijnt vooral de mooie oorspronkelijke melodie geen geweld te hebben willen aandoen, waardoor de oorspronkelijke  benadering van het woordaccent hier verloren gaat.
Vergelijk maar “confitebimur”  met “glorificabo”, misericordiam” met “adimplebo”!
Al bij al blijft het een mooi gezang, een mooi danklied.

Graduale ”Benedictus es”– Geprezen zijt Gij, Heer, die de diepten doorschouwt en zetelt boven de Cherubim – De melodie komt hier van het feest van de heiligen Petrus en Paulus, 29 juni (576).
Het graduale “Constitues” klink mooi aangepast aan deze tekst.  Met “Benedictus” wordt waardig ingezet. “Domine” krijgt een mooi, lang, op- en neergaand melisme en het bijna uitbundige zingen op “intueris” is te begrijpen, uitgaande van het oorspronkelijke woord “terram” : over heel de aarde zullen zij (de apostelen) aangesteld worden! Ook “et sedes super Cherubim” wordt mooi gezongen met de vlucht omhoog die “Cherubim” mag nemen.

Alleluia “Benedictus es”– Geprezen zijt Gij, Heer, God van onze vaderen, U komt de lof toe in alle eeuwen, alleluia. - De oorspronkelijke melodie van dit gezang “Crastina die” is terug te vinden bij de vigilie van Kerstmis (39), maar blijkt toch de enige oorspronkelijke melodie te zijn die in de oudste handschriften van deze votiefmis voorkwam! Een gezang dat mooi is in zijn eenvoud! Een alleluia van 6 tonen, met enkel de 3 noten -sol la si- . Een eerste jubilusdeeltje van 4 noten, met de do erbij
en een laatste deel van 5 noten, met nu ook de re erbij: een eenvoudig, stelselmatig verrijken van de melodie! Het hele vers beweegt zich ook maar binnen die kleine tessituur –sol re-  De tekst is de enige tekst in deze mis die het enkel houdt bij God loven, waar alle andere God ook dank zingen voor zijn barmhartigheid! “Benedictus es” zet blij in met een kwartsprong en ”Domine” wordt met de grotere kwintsprong hoog in de hemel toegezongen. Bij “et laudabilis” wordt “Benedictus” herhaald,
en “saecula” brengt de herneming van alleluia + jubilus.

Offertorium ”Benedictus sit Deus Pater”– Gezegend zij God de Vader en de eniggeboren Zoon van God, en ook de Heilige Geest, want Hij heeft ons zijn barmhartigheid getoond - Ook dit gezang komt van het feest van Petrus en Paulus: “”Constitues eos” (434). De aanpassing van de tekst aan de melodie mag hier geslaagd genoemd worden. Een beweeglijke 3e modus brengt de voornaamste woorden goed tot uiting : bemerk de mooie op- en neergaande bewegingen van “Benedictus” en van “unigenitusque” .Dit laatste als geslaagde combinatie van 3 woorden: ”super omnem terram” .
De 2e zin “Sanctum quoque Spiritus” stelt wel een probleem. De oorspronkelijke zin “nominis tui” eindigt waar hier “quoque” eindigt, en waar hier “Spiritus” verder gaat begon vroeger een nieuwe zin! De grote maatstreep kwam dus vóór “Spiritus” te staan. Daar nu doorgezongen wordt tot na “Spiritus” heeft de sibé op “quo(que)” geen zin en wordt beter si hersteld gezongen. De oorsprong-
kelijke tekst vraagt ook equaliter vóór “Spiritus”, maar door de andere woordschikking is dat hier weggelaten en wordt beter met la verder gezongen.  Ook het vandaag steeds terugkerende woord: “misericordiam”, wordt mooi uitgezongen.

Communio “Benedicimus Deus”: “Benedicta, Benedictus (3x) en hier terug: ”Benedicimus!  
- Zegenen wij de God van de hemel, en voor al wat leeft, verheerlijken wij Hem, omdat Hij ons zijn barmhartigheid heeft getoond. -  Dit communio is een minder goed geslaagde kopie van het origineel “Feci iudicium” (529). De tekst bestaat uit 2 psalmzinnen. In de eerste gaat het over zegening en daar is met de kleine stemomvang, van re naar la, maar weinig van te merken! Het tweede vers gaat over dank en verheerlijking en daar is, buiten een plotse uitschieter naar do bij ”nobis(cum)”, even weinig van te merken.  In de 1e zin neemt “Deus caeli” correct de melodie van “Feci” over. De 2e zin gaat wat meer vrij om met de melodie. De nazin “confitebimur ei” komt van “ad omnia…dirigebar” . De 3e zin laat “quia” en “fecit” het motief van “Deus” uit de 1e zin hernemen, maar koppelt het einde van de 2e zin “dirigebar” aan het begin van de 3e zin “omnes” van het origineel, om “nobiscum” plots een kwint hoger te zingen!  Die 3e zin sluit af zoals ook de 1e zin eindigt.