Christus Koning feest

Dit jonge feest (1925) kreeg aangepaste muziek op eigen teksten.
Voor een nieuw groot feest werd gezocht naar gezangen uit andere grote feesten.
Zo komt het introitus  van Pinksteren, het graduale van Driekoningen, het alleluia van Pasen en het offertorium  van Kerstdag.

Introitus “Dignus est Agnus kreeg de melodie van introitus « Dum sanctificatus » van de vigiliemis van Pinksteren.  - Waardig is het Lam dat geslacht werd, om macht te ontvangen, glorie en wijsheid, kracht en eerbetoon. Hem zij de heerlijkheid en de koningsmacht in de eeuwen der eeuwen.  -
“Dignus” zet plechtig in en laat “occisus est” op -do si- eindigen, wat klinkt als een bevestiging.
Goed uitgekozen voor deze tekst is het vervolg: de opsomming van al de hoedanigheden: “virtutem,
divinitatem, enz., waarbij de melodie laag begint, steeds enthousiaster hogerop gaat en elk woord met de dalende secunde, bevestigend laat eindigen.  De 2e zin bereikt het hoogtepunt met “Ipsi gloria et imperium” -aan Hem zij glorie en macht- waar beide woorden een mooie versiering krijgen!
Met een vriendelijk laatste op- en neergaan wordt met “saecula saeculorum” geëindigd.

Graduale “Dominabitur” kreeg de melodie van”Omnes de Saba venient” van Epiphania. Aan die melodie werd zeer weinig veranderd om zich aan de nieuwe tekst te moeten aanpassen.
Mooi is de gewijzigde inzet van het vers. Bij “Omnes” klinkt het heel gebiedend en hoger op do: -Sta op, Jeruzalem!-  Bij”Dominabitur” begint het laag, op tonica fa, met “Et adorabunt” : nederig wordt de Almacht aanbeden.  Het vervolg werd een goede aanpassing van de tekst aan de melodie, in zijn  geheel: een goede keuze.

Alleluia “Potestas eius komt van het oorspronkelijke paasalleluia, dat nu op de vijfde paaszondag  gezongen wordt. Hieruit  ontstond vroeger de sequentia “Victimae paschalis”! 
- Heersen zal Hij van zee tot zee, van de rivier tot aan de grenzen van de aarde. En alle koningen der aarde zullen Hem aanbidden, alle volkeren Hem dienen.- Deze nieuwe tekst werd goed aangepast aan de melodie. Enkel, waar in de oorspronkelijke melodie het belangrijke woordje: “mors” : de dood heeft Hem niet overwonnen, een groot melisme krijgt, wordt nu hierop het niets zeggende woordje “et” gezongen.

Offertorium ”Postula a me” heeft een zeer gewichtige tekst.  De Almacht zelf is aan het woord:
-Vraag het Mij; Ik zal u al de volkeren van de aarde als erfdeel geven, en de grenzen der aarde als uw eigendom. - Merkwaardig, maar heel begrijpelijk, ging men een melodie zoeken uit de blijde kersttijd, ja, van kerstdag zelf!  Midden alle vreugdegezangen gaat men daar in het offertorium eerbiedig knielen voor de almacht die het Kind bezit. Dat gebeurt in de strenge 4e modus en heel de melodie beweegt zich alleen maar tussen de vijf noten, van re tot la. In het offertorium van vandaag is dit alles terug te vinden. De eerste zin werd bijna volledig overgenomen, maar gaat verder zijn eigen weg binnen die vijf noten, met slechts één uitschieter: de si-bé op het woord “possessionem”.
Speciaal zijn wel een 3-tal kwartsprongen waarmee de 1e zin afsluit en die ook verder op “terminos” herhaald wordt.

Communio (A) “Amen dico vobis- Voorwaar Ik zeg u: wat gij voor een van mijn geringsten hebt gedaan, hebt gij voor Mij gedaan. Kom, gezegenden van mijn Vader, ontvang het rijk dat voor u bereid is. -  Naast alle zangen van de grote feesten krijgen we hier nu een zang uit de eerste vastenweek!   Weerom begint de zang met “Amen dico vobis” (in één adem te zingen).  Waar het vorige zondag een plechtige verklaring was van de Heer, lijkt het hier meer op een eenvoudig meedelen:  - Wat gij voor één van Mijn minderen hebt gedaan, dat hebt gij voor Mij gedaan! –

Een mooie arsis-thesis brengt ons naar het hoogtepunt bij “niminis , om nog niet volledig te besluiten bij het eerste “fecistis”, maar wel bij het tweede “fecistis”.   Die zin staat duidelijk in de re-modus.
In de wat meer blije fa-modus klinkt de uitnodiging: - Kom, gezegenden van Mijn Vader –
De zang gaat mooi en rustig syllabisch op naar “Patris”, maar de componist schijnt de melodie verder doordacht te hebben: “(Patris) mei” blijkt geen slot te zijn, want dit motief wordt herhaald op
“(possi)dete”. Wat verder komt het belangrijkste woord “regnum” – het beloofde Rijk – in de kou te staan, en wordt eindelijk met de vooraan beloofde 4e modus op mi geëindigd.