3e zondag door het jaar

Introitus (B) “Dominus secus mare”:komt van het feest van St Andreas (30 november)
Het is een zang die heel mooi de tekst tot uiting brengt.  Het begint met een grote zin: - de Heer zag langs het meer van Galilea twee broeders – Die zin, een rustig opgaande melodie met wat golvende beweging op het woord “mare” (het meer), hoogtepunt op”Galilaeae” en op tonica –re- terug afdalend bij “fratres”, dient met een noodzakelijke korte ademhaling na “Galilaeae” in één stuk, verhalend doorgezongen te worden. Draag zorg voor de uitspraak van de 2 woorden: “secus / mare”, dat het niet “secusmare” wordt : één aaneengeplakt woord!
Na die grote zin worden de namen “Petrum et Andream” eenvoudiig op de sol-hoogte vermeld!
En verder: “et vocavit eos” – Hij riep hen – wordt weer mooi hogerop gezongen.
De tweede zin heeft een heel ander karakter: hier is de Heer zelf aan het woord en dient eerbiedig
en trager gezongen te worden.  “Venite post me” – Volg Mij, Ik zal mensenvissers van u maken! –
Eenvoudig uitnodigend klink het “Venite post me”. Het volgende woord “faciam” klinkt veel mooier als we de oude neumen volgen, die hier voor de noot la van “fa-(ciam)” een eerste noot sol vragen!
Zo wordt het woord: sol,la fa,sol, sol!. Merkwaardig dat die laatste zin niet meer boven de sol uitkomt en driemaal de kwartsprong: -re-sol-  maakt. Dat bezorgt de melodie iets plechtigs!

Graduale “Timebunt gentes” :  De volkeren vrezen uw naam, Heer, en alle koningen van de aarde uw heerlijkheid. - De tekst roept ons wat herinnering aan het feest van Driekoningen op. De 1e zin stemt grotendeels overeen met het graduale van Palmzondag “Christus factus est” : een voorzin die als diepe 6e modus begint, en een nazin die de juiste modushoogte: -fa do- bereikt. Riep “Christus factus” medelijden op, hier geeft “Timebunt”  en “gentes” die breed gezongen dient te worden,  
meer een gevoel van angst.  “nomen” krijgt een mooie hoge boog. De 2e zin klinkt feestelijk door woorden met lange melismen, want het gaat over alle vorsten van de aarde! Een af te scheiden woordje “et” laat “omnes” versierd hoger opstijgen.  “reges terrae” blijft op do-hoogte zingen en “gloriam” wordt met een mooie zang eerbiedig lager gezongen, om met “tuam” in volle heerlijkheid terug hoger te kunnen eindigen.

Alleluia “Dominus regnavit” :- De Heer regeert. Laat de aarde juichen, de eilanden zich verheugen -Dit alleluia werd reeds gezongen de eerste adventszondag en zal nog aan de beurt komen.  Het vers “Dominus regnavit” werd bijna volledig aangepast aan de melodie van “Ostende nobis”  van de eerste adventszondag, mits een paar kleine wijzigingen omwille van de tekst.  Het is moeilijk te achterhalen wat de meest oorspronkelijke versie zou kunnen zijn!

Offertorium ”Dextera Domini”heeft een boeiend verleden!
We zingen het ook op Witte Donderdag en de melodie werd ook aangepast gezongen met de tekst “In omnem terram” (434)van het feest van de apostel Thomas!  Wat de originaliteit betreft geven de oudste handschriften de voorkeur aan onze zondag.
Het evangelie van deze dag brengt het verhaal van een melaatse die door Jezus genezen werd door zijn hand naar hem uit te strekken. Psalm 117 van het offertorium lijkt daar een sprekend vervolg op te zijn: bewondering voor Gods Almacht! – De rechterhand van de Heer heeft kracht uitgeoefend, heeft mij verheven, ik zal niet sterven, maar leven en de werken van de Heer verkondigen! –
De melodie staat in een getransponeerde 2e modus: tonica la (omdat men zo diep onder de noten-
balk niet kan schrijven!) en bestaat uit drie zinnen die vreugdevol dienen gezongen te worden.
Iedere zin bereikt in de tweede helft het hoogtepunt -re- op “virtutem” – ”exaltavit” – “opera”.
Het woord “Domine” komt er eveneens driemaal in voor: neerbuigend de eerste keer, eenvoudig in de tweede zin en overtuigend in de slotzin.
“non moriar” dient noch droef, noch trager gezongen te worden. “non” : - (het zal)niet(gebeuren) –
wordt wel iets breder ingezet, om vlot over “sterven” heen te gaan en “levendig” te eindigen.

Communio (A+B)”Venite post me”:is gewoon het vervolg op de communio van vorige zondag:”Dicit Andreas”, waar Andreas broer Petrus naar Jezus toebrengt.  In het introitus zongen wij dat ze Hem bij het meer hebben ontmoet en werden aangesproken. Dit aanspreken wordt hier herhaald, nog eenvoudiger klinkt hier de uitnodiging: “Venite post me: faciem vos….”.Opmerkelijk komt ook hier 3 maal de kwartafstand voor: -sol-re-op “(Ve)-ni-te” en “vos”, naast -sol-do- op “fa-(ci-am).Dat zorgt voor een zekere plechtigheid, een waardigheid. Het is immers de Heer die aan het woord is!
Wat een indruk moet Hij op hen niet gemaakt hebben : “at illi, relictis retibus et navi….”. En zij, verlieten hun netten en boten….  In het evangelie wordt enkel gesproken van “netten”, nergens is sprake van “boten”! Laat ons de componist dankbaar zijn om dit vrij toevoegen van “boten”! Hij maakt ons meer duidelijk wat een zware beslissing de apostelen hebben genomen: alles verlaten, om Hem te volgen! Dit communio is een echt gregoriaans juweeltje!