30e zondag door het jaar

Introitus “Laetetur cor” : (donderdag  4e vastenweek) De zang bestaat uit 3 zinnen, waarin alles gaat om – zoeken - : 1 – zoek de Heer en wees blij,  2 – zoek en beleid Hem,  3 – zoek Hem altijd!
Een eenvoudig mooi gezang, 2e modus, opgebouwd rond tonica re en dominant fa, en bewegend van  lage naar hoge la. “het hart is verblijd van wie de Heer zoekt”: de melodie vangt diep aan zoals wij ook “Inveni David” (447)weten opstijgen, en het eerste -zoeken- “quaerentium” wordt meer uitgebreid met een mooi, hoog motief gezongen.
De tweede zin vangt hoger aan met het woord “quaerite”, wat meer gebiedend, om neerbuigend het woord “Dominum” te zingen dat eindigt met de omkering van “Laetetur”.  Wees blij, “et confitemini”  zingt inderdaad blij door een modulatie naar de do-toon. Die noot do laat goed aanvoelen dat het hier nog niet gedaan is. Een laatste “quaerite” daalt ook, met de omkering van “Laetetur” omlaag, en besluit met “faciem eius semper”, die een juiste kopie is van “quaerentium Dominum” van de eerste zin! 
Die laatste zin: -zoek immer het aanschijn van de Heer- dient heel rustig gezongen te worden.

Graduale “Unam petii”: - Dit slechts heb ik de Heer gevraagd, blijf ik verlangen: te wonen in het huis van de Heer.  vs. Om Zijn heerlijkheid te aanschouwen, beschermd door zijn heilige tempel! -
Tekst en melodie komen oorspronkelijk van de vrijdag na aswoensdag. Nadien werd het ook gezongen op het feest van de H.Familie (zondag na Driekoningen) in een wat gewijzigde vorm: in het eerste deel werd de tekst aangevuld met: “in domo Domini  omnibus diebus vitae meae”, om toch met de slotformule van de zang te eindigen. Het vers “Ut videam” werd vervangen door “Beati qui habitant”,
dat zoveel mogelijk aan de melodie werd aangepast. Thans is die versie verdwenen en wordt voor dit feest naar de oorspronkelijke zang en tekst verwezen, die op heden gezongen wordt!
Hier terug een mooi graduale in de 5e modus, die de tekst duidelijk tot uiting brengt. “Unam petii” begint laag, voorzichtig vragend. Naar “Domine” wordt even opgezien. Het G.T. heeft hier terecht de ademhaling verplaatst, omdat” hanc requiram” de start blijkt te zijn van een hogerop zingen. Dit “hanc requiram” , met slechts de herhaalde noten -do la- vormt de brug naar het hoogtepunt “ut inhabitem”:
te wonen in zijn huis -  Jubelend vangt het vers aan met een lang melisme op “videam” - het aanschouwen van Gods heerlijkheid! -, waarin driemaal de wat vreemde climacus -re la fa- voorkomt .
“protegar” - het zich beschermd voelen - klinkt hoog en speels verder, enkel met de noten -do re mi-
Tot besluit mag de hoogste noot fa bereikt worden. De laatste woorden kregen een slotformule eigen aan de modus.
Precies dezelfde melodie van het vers “Ut videam” is te vinden bij het vers “Bonum est” van de 20e zondag door het jaar (324).

Alleluia: “Lauda, Ierusalem (votiefmis voor de vrede, nog vroeger: tegen de ketterij)
- Loof de Heer, Jeruzalem; loof uw God, Sion. - Dit is het bekende” Alleluia” van het Hemelvaartsfeest:
een eenvoudig rustig gezang dat gelijk een 1e modus opstijgt van re naar sibé, en een ééndelig  jubilus laat beginnen met een herhaling van het motief van “(Allelu)ia”. Buiten de eerste vier noten waarmee het begint, heeft het vers een eigen melodie: een loflied waar de tekst om vraagt!
Het woord “Ierusalem” vond zijn inspiratie in de melodie van het “Alleluia” en met dit lage begin neemt het een mooie aanloop om “Dominus” hoger lof toe te zingen. Met veel beweging wordt “lauda” gezongen en “Deus tuum” herhaalt ook bijna volledig de melodie van “Alleluia”.

Offertorium “Domine, vivifica me” (vrijdag na asdag) bestaat uit 2 korte psalmverzen:
-Heer, doe mij leven naar uw woord  -  opdat ik uw geboden mag kennen.-
Geschreven in de 3e modus die steeds wat streng aandoet maar hier niet, daar de melodie onmiddellijk de hoogte ingaat: wij roepen Hem aan, “Domine”, de Heer van den hoge, met het verzoek ons levendig te maken, wat in “vivifica” duidelijk tot uiting komt en breed gezongen dient te worden.  “secundum” bereikt een nieuw hoogtepunt, om bij ‘dat woord van U’, “eloquium tuum”, diep neer te buigen tot de ondertoonnoot re! De tweede zin zet met “ut sciam” in, het motief van “(vivi)fica” in hetblije karakter van de 8emodus.  Het woord “testimonia” wordt ook mooi uitgezongen en weerom neerbuigend, wordt met “tua” op tonica mi geëindigd.

Communio “Laetabimur” (dinsdag 4e vastenweek) : - Wij zullen ons verheugen om ons heil en ons beroemen op de naam van God, onze Heer. - Al start “Laetabimur”, laag in vlotte beweging in de wat strenge 2e modus, met “in salutari”, door 2 torculussen en een hoog, breed te zingen woordaccent, wordt jubelend het wierookvat hoog in de lucht gezwaaid! Het vervolg: “et in nomine Domini” wordt  deels syllabisch, en deefs rustig verder stappen.  “Dei nostri” wordt weer een opkijken en neerbuigen.
Voor het slotwoord “magnificabimur” gebruikte de componist de aanhef van de psalmtoon van de
7e modus  van het “Magnificat”  en werkte het woord mooi melodisch verder uit.