1e zondag van de vasten

Met Aswoensdag  zijn wij de vastentijd ingetreden, een tijd van boete en inkeer, maar ook een tijd waarop wij op bijzondere bescherming van de Allerhoogste mogen rekenen.    Vandaag komen alle teksten van de gezangen uit psalm 90, de psalm van het bewuste betrouwen op God.

Introitus ”Invocavit me”brengt ons niet de wat strenge, ernstige stijl die wij van de eerste vastenzang zouden verwachten, het is een blij gezang, een plechtige Goddelijke belofte waarop  wij mogen rekenen!   In de 1e zin durven we tot Hem roepen, en Hij belooft ons te aanhoren.   De 2e zin belooft bevrijding van alle belemmering en de verheerlijking!  De 3e zin besluit: Dat wij in eeuwigheid van Hem zullen vervuld zijn!
“Invocabit” –  Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem aanhoren – Driemaal met de noot sol wordt de zang eenvoudig ingezet. Het woordaccent brengt het even naar dominant do en de zin vervolgt verder enkel tussen de noten sol en do. De tristropha op “exaudiam” doet het woord als een plechtige belofte klinken!  Het 2e vers vangt aan met “eripiam” die een zelfde start neemt als “Invocavit” en ook slechts de vier noten gebruikt! Het 2e halfvers leidt naar het hoogtepunt: de hoge mi op:”glorificabo”. Heerlijk mag de zang hier in de hoogte genoemd worden! De 3e zin laat “longitudinem” wentelen  rond do, om dalend met “dierum”, het “eum” van de tweede zin te herhalen.   “adimplebo” met de afdaling hier naar de lage mi, is het om-
gekeerde van “glorificabo”. Verbeeldt de diepe val van de melodie niet alle diepte die Gods heerlijk-
heid in staat is te vullen?
Dit gezang werd ook aangewend voor het intr. “Benedicta” van het H.Drievuldigheidsfeest (371)
en “Dilectio Dei” van het verdwenen feest van Josephi a Cupertino (18 september).

Graduale en Tractus bezingen ook psalm 90. Vooral de tractus die maar liefst 13 van de 16 verzen bezingt!      Het graduale “Angelis suis” is het meest voorkomende gradualegezang in de 2e modus, overbekend door het “Requiem”-graduale, naast het voorkomen in talrijke missen. De Paléographie (Solesmes) vermeldt dat niet min dan 219 handschriften bekend zijn waarin dit gezang op allerlei teksten tussen de 9e en 17e eeuw voorkwam! Als model (oudste?) zou “Iustus ut palma” uit de mis voor een belijder (510) gediend hebben.    Met dit soort passe-partout is niet veel benadering met de tekst te zoeken.

Offertorium en Communio hebben beide dezelfde tekst, met uitzondering van het woord ”Dominus”
dat in de communio niet voorkomt! Beide gezangen zijn opgebouwd in 3 mooi-afgewerkte zinnen, die in de communio 3 maal op dezelfde manier eindigen.  Het offertorium staat in de 8e modus, de meest blijde toon: - Met zijn schouders zal de Heer u overschaduwen en onder zijn vleugels zult gij hoopvol zijn. Zijn waarheid zal u als een schild omringen. – Het is een vreugdevol gezang, een zingen van veiligheid en zekerheid!
De 1e zin van het offertorium kent een vlot verloop met de noten tussen sol en do en een rustig afsluiten op “Dominus”. De 2e zin ”et sub pennis”, is een herhaling van “obumbravit”, en met dit zelfde motief begint ook de communio!  Met blijde zekerheid wordt de zin met “sperabis” hoog geëindigd. Met een motief uit dit woord lijkt de 3e zin met “scuto” – bescherming – schild – ons veilig hoog te beschermen, en het omringende “laag-hoog-laag” van “circumdabit te” is ook duidelijk. Zoals de 1e zin, zo sluit ook de 3e zin met “eius” af.

De communio is bewerkt in de 3e modus, die toch wat verwant is met de 8e modus, want beide hebben  do als dominant! Er wordt gestart met de psalmtoon van de  8e modus: sol,la,do, die we al zongen in het offertorium, maar de 3e modus benadert de tekst met wat meer reserve: “obumbravit” lijkt hier meer op een voorzichtig toedekken. Met het laatste woord “tibi” wordt de lage tonica mi  bereikt, met een motiefje waarmee de  volgende2 zinnen ook zullen afsluiten!! Merkwaardig is het woord “Dominus” hier verdwenen! De 2e zin begint met eenzelfde sol-do allure gelijk de 1e zin, en zal ook op mi eindigen! Waar “sperabis” in het offertorium bijna uitgejubeld wordt, klinkt het hier rustig overtuigend. In de 3e zin wordt ook het schild “scuto” beschermend omhoog gehouden en “veritas eius” vond inspiratie in het slot van de 1e zin: “(obum)-brabit tibi”.