12e zondag door het jaar

Introitus ”Dominus fortitudo” De Heer is de kracht van zijn volk, Hij waakt over het heil van zijn Gezalfde.  Heer, red uw volk en zegen uw erfdeel en bestuur het tot in eeuwigheid.
Het introitus bestaat uit een paar zinnen van psalmen van David. In de eerste zin dankt David de Heer als de kracht van zijn volk en de bescherming die hem, de Gezalfde, ten deel valt: een dankgebed.
Het tweede deel is een smeekgebed van de koning voor het volk.  Opvallend is de gelijkenis met het introitus:”Dominus illuminatio” van de 10e zondag (288) dat door de tekst, een meer opgewekt karakter heeft.  Beide gezangen staan in dezelfde 2e modus, beginnen met het woord “Dominus” en met dezelfde aanhef: -re fa sol la sol- Het vorige heeft een iets grotere stemomvang van la tot sibé,
Terwijl dat hier niet hoger komt dan sol, en aldus de tekst wat meer ingetogen benadert.
De 1e zin laat “Dominus” met het motiefje –la do re- beginnen, waarmee het laatste woord “est” omgekeerd zal eindigen! Ook “salvum”  en “populum” krijgen die noten. Die 1e zin stijgt eenvoudig op naar “plebis” waar het woordaccent breed gezongen dient te worden. Wat levendiger maken de beide kwartafstanden “protector” en “salutarium” de melodie. Het 2e deel, met de smeekwoorden “salve – benedic – rege” verlaat met “populum” de lage regio en komt terecht bij “Dominus” op fa.
De volgende zin is een soort modulatie: van re klein naar fa groot.  “et benedic” herhaalt het begin-motief een terts hoger: -do re fa-. Het gaat hoger, gaat dus blijder klinken: “tuae” en “et rege”, en verder ook “(usque)in” komen op sol terecht.  Het slotwoord “saeculum” wordt door de kwartafstand ook duidelijk in de aandacht gebracht: - Regeer ons voor altijd, voor alle eeuwen.-

Graduale “Convertere Domine” : – Heer, keer U een weinig naar ons, en laat U verbidden ten gunste van uw dienaren -  Een graduale is dikwijls gebouwd op een melodisch model eigen aan de modus en werd vroeger nogal vrij door een solist gezongen. Zo gaat het veelal om melodieën met mooi versier- de woorden die met de inhoud van de tekst soms weinig te maken hebben!  “Convertere” vangt aan gelijk “Propitius esto” van de 10e zondag (288). Nog duidelijker is het 2e woord “Dominus” in beide teksten, waar alle noten precies dezelfde zijn!  Waar “Convertere” en “Domine” (mooi bewerkte woorden) nog iets van een beleefd vragend karakter hebben, wordt “aliquantulum”  - een weinig, een klein beetje – heel ten onrechte, hoog de hemel ingejubeld!   De nazin “et deprecare” – spreek voor uw dienaren ten beste - zet gelukkig een stapje terug en laat de afdaling van de melodie beginnen: “deprecare” krijgt terecht aandacht voor het woordaccent.  “super servos tuos” komt trapsgewijs omlaag en laat “(tu)os” met een mooi melisme besluiten.

Alleluia ”In te Domine speravi” : - Op U Heer, vertrouw ik; laat mij in eeuwigheid niet te schande worden. In uw gerechtigheid bevrijd en red mij. Schenk mij gehoor en haast u mij te redden.-
Geschreven in de 3e modus, beweegt dit gezang zuiver, met 6 noten, binnen tonica mi en dominant do!  Waar alles met mi of sol begint en eindigt, start “Alleluia” met de vreemde noot fa, maar eenmaal de noot do bereikt, gaat het modaal zuiver verder met motieven die in het vers niet zullen herhaald worden.  Het vers bestaat uit 2 zinnen: de 1e zin: “In te Domine speravi” is een uiting van rotsvast vertrouwen in de Heer. De melodie gaat onmiddellijk de hoogte in en blijft daar bewegen om met een speciaal motief boven “speravi” terug naar mi af te dalen.  “non” herneemt de stijging en “confundar” bereikt de top met een nieuw motief. “in aeternum” bereikt met een 3-tal afdalende
clivissen terug tonica mi.  Met “in tua iustitia” begint de 2e zin, die minder overtuigend is maar meer vragend: “libera – eripe – inclina – accelerando – eripias”  Het eerste: “libera me” maakt indruk door
de plotse syllabische bewerking tussen al de rijke melismen. Het woord dient dan ook  duidelijk, breed gezongen te worden.  “eripe” herneemt het motief van “confundar”“inclina” is verwant met “In te Domine” en “aurem tuam” herhaalt “speravi”. Met een nieuw motief wordt “accelera” tot haast aangezet, en “ut eripias me” herhaalt “Alleluia” met jubilus,  start hier niet met fa, maar juister met mi!          Het geheel is een prachtige melodische constructie!

Offertorium “Perfice gressus : Om de melodie te benaderen, in de strenge 4e modus, dienen we eerst de tekst te begrijpen: een psalm, waarin koning David zich (na een negatieve belevenis?) voor de Heer vernedert en Hem smeekt om barmhartigheid.
De zang bestaat uit 3 verzen die allen met een vragend werkwoord beginnen: “Perfice, inclina, mirifica” – bevestig, buig neer, maak wonderbaar - .
Vers 1: - Bevestig mijn schreden, opdat mijn voetstappen niet wankelen – Bemerk het rustig stappen bij het woord “gressus” en de dankbare toon met hoogtepunt bij “semitas”.
Vers 2; - neig uw oor naar mij en luister naar mijn woorden - . Wat meer nadrukkelijk klinkt het smeken bij “inclina”. De melodie van “aurem tuam” wordt met “et exaudi” herhaald,  en met het
slotwoord “mea” wordt naar de re-toon gemoduleerd.
Vers 3: - maak wonderbaar uw barmhartigheid, Gij die redding biedt aan wie op U hopen!
Mirifica” zal in het introitus van Pasen precies zo klinken op het woord “mirabilis”! (p196).
De toon van de laatste zin heeft iets van meer berusting, meer innigheid en het afsluitende woord “Domine” is de melodische herhaling van slotwoord “mea” van de eerste zin!

Communio “Circuibo:– Ik zal rond het altaar gaan en een jubeloffer opdragen in zijn heiligdom.
Ik zal zingen en een psalm aanheffen voor de Heer.
Een eerste blik op het gezang brengt wat verrassing: een 6e modus die eindigt op tonica do?
Het gaat hier dus om een getransponeerde 6e modus van fa naar do, een kwint hoger. Het eerste woord laat al zien waarom dit moest gebeuren. Stond het geschreven in de normale do-sleutel op de 4e lijn dan begon de zang met de noten: -fa fa do mibé sol fa fa-  Met mibé dus, wat in het diatonisch gregoriaans niet kan! Dan maar een kwint hoger plaatsen, waar mibé  sibé wordt, wat wel kan!
“Circuibo”, een vers uit psalm 26 werd verdeeld in een voor- en nazin. Na een soort eerbiedige, diepe buiging met “Circuibo” en een rustig syllabisch ”immolabo” stijgt de melodie mooi, noot per noot.
Bij “Circuibo” werd het do en re. Verder gaat het: mi fa sol, tot la op “hostiam” – het offer van jubel – maar met “iubilationis” komt de zin tot rust en einde.  Met “cantabo” vangt de nazin aan in de sfeer van de voorzin : een eenvoudig vermelden: - ik zal ook psalmen zingen voor de Heer! – Het woord  “dicam” krijgt een hogere, bredere zang en “Domino” besluit met de eindnoten van “iubilationis”
uit de voorzin.